Zaterdagmorgen, mijn vriendin moest de hele voormiddag naar 't labo. Waarom dan zelf thuis blijven? Zeker als de zon uitdagend boven de daken uitkomt! Ik dus op mijn fiets. Antwerpen als doel, tochtje langs de Schelde. Met de bedoeling voor de terugrit mezelf en mijne velo op de trein te gooien.
De kunst is om je hier op reis te voelen. Zo gezegd, zo gedaan dus. 't Was fris. Mijn neus raakte meer ontzweld dan ze in maanden geweest was. Adem, zo veel als ik maar wilde. En zelfs al werd het meer en meer bewolkt, en begon het zelfs te regenen, meer en meer zelfs, het kon me gewoon niet schelen. Zo ontspannend! Nauwelijks wagens te zien, enkel nu en dan een fietser langs de Scheldedijk, via de schoonste stukjes langs de rivier. De foto's getuigen van de simpele schoonte.
En toch, na de rust, piept er soms al iets meer “avontuur” (tussen grote aanhalingstekens weliswaar) achter het spreekwoordelijke hoekje. Voorbij de kermiskramen van Temse en de loze beats van geluidsinstallaties die getest werden, volgde een eerste omleiding. Een belachelijke lange zelfs, voor fietsers toch.
Dat zou men mij geen tweede keer lappen. Dat was ik zeker. Maar al enkele kilometertjes verder, net voorbij Rupelmonde: nog een omleiding. Het leek gewoon een industrieterrein in aanleg. Bibi der door natuurlijk – a ja, geen tweede keer é. Dat spreekt.
Het pad, net naast de dijk werd steeds slijkeriger, maar Bibi zou doorzetten – a ja, dat spreekt é. Maar laat, heel laat, viel de spreekwoordelijke frank. Namelijk toen het slijk me écht belette om verder te rijden, en de benen al letterlijk in de kramp gereden waren.
Jejaat, ik was de potpolder in aanleg van Kruibeke ingereden. Dus kiezen: doorwandelen naast de fiets en van de natuur genieten, of met hangende pootjes terugkeren. Eén keer raden wat het werd?
Nu ja, drie kwartier later liep ik nog steeds langs die dijk – verdomd da's een groot terrein. Verkrampt, en al even verkrampt zoekend naar een manier om de gracht te dwarsen die de dijk en een vlotter toegankelijker werfweg scheidt. En ja,
wat verder een plakkaat. “Verboden de werf te betreden. Gevaar voor drijfzand”. Wat verder kranen op de werf. Bemande kranen. En een dijk die er opvallend goed bij ligt. Recht vooruit dus! Via die werfwegen moet ik er wel uit geraken. Alleen jammer dat daar alles bemand is - Wat zullen die zeggen? (En zal het Nederlands zijn? Of Antwerps of Pools?)
Maar geschiktere vooruitzichten. Net voorbij die werf een gewoon bereidbaar wegje, en een visput, en een uitweg. Kiezen: onbekende uitweg en verder de werfweg volgen, of de dijk volgen die uiteindelijk goed moet uitkomen. Het laatste dus.
Foute keuze bleek al snel. Weer meer en meer slijk en zelfde liedje. Gelukkig na nog eens tien minuten wandelen: een werfweg, ongetwijfeld een uitweg weg uit het terrein. Klopt, enkel nog een afsluitdijk overklimmen, en terug de bebouwde wereld in. En van daaruit verkrampt, aan vertraagd tempo, de rit naar Antwerpen afwerken.
Een mooie potpolder in aanleg gezien, maar moet ik het zeggen? 'k Heb mezelf verdomd hard vervloekt.
De langste titel hebben we al, en ... foto's zie je langs de link hieronder:
![]() |
| 20080823_G |



